Gratis zelftest

Weet hoe jouw organisatie ervoor staat op sociale veiligheid

Sociale veiligheid ontstaat niet vanzelf. Duidelijke afspraken helpen, medewerkers moeten weten waar zij terechtkunnen, en als er een melding komt wil je weten hoe je daarmee omgaat. Deze zelftest loopt die onderdelen met je langs en laat zien wat er al staat en waar nog iets ontbreekt.

  • Je weet waar je staat, van de afspraken tot de nazorg
  • Bij elke vraag lees je waarom het onderwerp telt en hoe het eruitziet als het goed zit
  • De wettelijke kant staat er nuchter bij, met de bron om zelf na te lezen
  • Je eindigt met een eigen actieplan in plaats van een rapportcijfer
Cover van de zelftest Is jouw bedrijf sociaal veilig?

Stuur mij de gratis zelftest

Je ontvangt de zelftest direct in je mailbox. Uitschrijven kan altijd met één klik.

Sivas Erhan

Geschreven door Sivas Erhan, advies en implementatie bij Registra

Er is al iets geregeld, maar hoe staat het geheel ervoor?

In de meeste organisaties staat er al een en ander. Er is iets vastgelegd over gedrag in het personeelshandboek, er is misschien een vertrouwenspersoon aangewezen en er is een idee van wie een melding zou oppakken. Wat vaak ontbreekt, is het overzicht over hoe die onderdelen zich tot elkaar verhouden en waar nog iets mist.

Dat is goed te verklaren. Sociale veiligheid raakt aan HR, aan arbo, aan de dagelijkse omgang op de werkvloer en aan wetgeving die de laatste jaren is veranderd. Het onderwerp valt daardoor zelden bij één persoon volledig binnen. Zolang het rustig is, komt het er niet altijd van om het geheel eens naast elkaar te leggen.

Op het moment dat er een melding binnenkomt, valt een organisatie terug op wat er vooraf is geregeld. Wie het gesprek voert, wat er wordt vastgelegd, wie de melder op de hoogte houdt en wanneer je hulp van buiten inschakelt. Die keuzes maak je liever op een rustig moment dan tijdens een situatie die al gevoelig ligt.

Een gedragscode maakt je bedrijf of organisatie niet veiliger. Dat doen de mensen die de afspraken kennen en naleven.
Sivas Erhan, advies en implementatie bij Registra

Voordat je iets nieuws opstelt, helpt het om te weten wat er al staat. Deze zelftest brengt dat in beeld.

Waarom dit ertoe doet

17 procent

van de werknemers kreeg in 2025 te maken met een of meer vormen van ongewenst gedrag op het werk

Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025, CBS en TNO

Het grootste deel daarvan komt van buiten de organisatie, namelijk 11 procent door klanten, vaak in de vorm van intimidatie of bedreiging. Daarnaast kreeg 5,4 procent te maken met ongewenst gedrag door collega's, waarbij het relatief vaak om pesten gaat, en 2,9 procent door een leidinggevende. Die cijfers zeggen niet automatisch iets over jouw eigen organisatie. Ze laten wel zien dat afspraken over gedrag beide kanten raken, want ze gaan over hoe medewerkers en leidinggevenden met elkaar omgaan en over wat een medewerker kan doen als een klant over een grens gaat.

Wat je krijgt

Een invulbaar werkboek, opgebouwd rond vijf thema's. De volgorde volgt de weg die een situatie aflegt, van wat je van elkaar verwacht tot wat je er als organisatie van leert.

  1. 01

    Afspraken en wat je kunt melden

    Of is vastgelegd welk gedrag je van elkaar verwacht en of medewerkers die afspraken kennen. En of duidelijk is welke situaties zij kunnen bespreken of melden, ook als ze twijfelen of het genoeg reden is.

  2. 02

    Waar kun je terecht

    Of er een vertrouwenspersoon is aangewezen, of medewerkers weten wie dat is en hoe ze die bereiken, en of deze persoon voldoende afstand heeft om ook bij gevoelige situaties onafhankelijk te kunnen handelen.

  3. 03

    Hoe kun je melden

    Of duidelijk is waar en hoe een melding gedaan kan worden, of dat vertrouwelijk kan, en of vooraf is afgesproken wat er gebeurt zodra er een melding binnenkomt. Ook de meldprocedure voor misstanden komt hier langs.

  4. 04

    Van melding tot afronding

    De stappen vanaf het moment dat een melding binnenkomt tot de afronding, de vastlegging, de terugkoppeling aan de melder en de aandacht voor alle betrokkenen als het stof is neergedaald.

  5. 05

    Leren, cultuur en preventie

    Of de risico's rond ongewenst gedrag in kaart zijn gebracht, of medewerkers zich vrij voelen om zich uit te spreken en elkaar aan te spreken, en of meldingen en signalen worden gebruikt om de organisatie veiliger te maken.

  6. Alle vragen staan in het werkboek, met uitleg en ruimte om je antwoord te noteren.

    Vraag hem aan

Waar je op uit kunt komen

Er kijkt niemand mee, dus hoe eerlijker je invult, hoe meer je eraan hebt. Aan het eind weet je hoe jouw organisatie ervoor staat en waar de eerstvolgende stap ligt.

  • De basis staat.
  • Een goede basis om op voort te bouwen.
  • Hier valt veel te winnen.

Tip. Vul hem niet alleen in. Laat een collega dezelfde vragen beantwoorden en leg de antwoorden naast elkaar. Waar jullie verschillen, weet je waar het gesprek kan beginnen.

Wat de zelftest je oplevert

  • Je weet waar je staat doordat je concrete vragen langsloopt over afspraken, meldroutes, afhandeling en cultuur, in plaats van af te gaan op een algemeen gevoel over wat er wel en niet geregeld is.

  • Bij elke vraag lees je waarom die ertoe doet want naast de vraag staat wat er op het spel staat, een voorbeeld uit de praktijk en een korte beschrijving van hoe het eruitziet als het goed zit.

  • De wettelijke kant staat er nuchter bij zodat je weet wat er werkelijk van je bedrijf wordt gevraagd rond de RI&E, de meldprocedure en de vertrouwenspersoon. Elke claim in het boek is voorzien van de bron, zodat je het zelf kunt nalezen.

  • Je ziet per thema waar de meeste winst ligt omdat je per thema ziet hoe het ervoor staat, zodat meteen duidelijk is welk onderdeel de meeste aandacht vraagt.

  • Je eindigt met een actieplan in plaats van een cijfer doordat je onderweg je aandachtspunten noteert, die aan het eind samen de lijst vormen waarmee je verder kunt.

  • Je kunt het gesprek voeren met iets concreets in handen want een ingevulde zelftest is makkelijker te bespreken dan de vraag of het bij jullie wel goed zit. Vul hem los van elkaar in met een collega en vergelijk daarna de antwoorden.

Wat de wet van je vraagt, en wat niet

Rond sociale veiligheid op het werk bestaat behoorlijk wat verwarring over de regels. In de zelftest staat de juridische kant er nuchter bij, met de bron erbij zodat je het zelf kunt nalezen.

Werkgevers zijn verplicht om beleid te voeren dat psychosociale arbeidsbelasting voorkomt of zoveel mogelijk beperkt. Daaronder vallen agressie en geweld, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie en werkdruk. Die risico’s horen ook thuis in de risico-inventarisatie en -evaluatie, met bijbehorende maatregelen in het plan van aanpak.

Een vertrouwenspersoon aanwijzen is niet wettelijk verplicht. Er ligt sinds mei 2023 een wetsvoorstel bij de Eerste Kamer dat dat zou veranderen. De behandeling schiet niet op: sinds 2023 wacht de Eerste Kamer op een reactie van de initiatiefnemer. Of er een uitzondering komt voor kleine werkgevers, en vanaf welke omvang, ligt niet vast. Verschillende adviesbureaus schrijven dat een vertrouwenspersoon per 2026 verplicht wordt. Dat klopt niet.

Organisaties met ten minste vijftig werkzame personen moeten in principe een interne meldprocedure hebben voor vermoedens van misstanden. Voor sommige organisaties geldt die verplichting ook als zij minder dan vijftig werkzame personen hebben.

Een misstand en een melding over gedrag zijn niet hetzelfde

De Wet bescherming klokkenluiders gaat over een vermoeden van een misstand, waarbij het maatschappelijk belang in het geding is. Denk aan fraude, gevaar voor de gezondheid of een overtreding van wettelijke voorschriften. Voor dat soort meldingen gelden vaste termijnen, namelijk een ontvangstbevestiging binnen zeven dagen en een inhoudelijke reactie binnen een redelijke termijn van maximaal drie maanden.

Een melding over ongewenst gedrag gaat over hoe mensen binnen de organisatie met elkaar omgaan. Die wettelijke termijnen gelden daar niet automatisch voor. Veel organisaties houden ze wel aan als richtlijn, omdat ze goed beschrijven wat iemand die een melding doet nodig heeft om te weten waar die aan toe is.

Naast de vertrouwenspersoon hoort een meldpunt

Een vertrouwenspersoon en een meldpunt vullen elkaar aan. Bij een vertrouwenspersoon kan een medewerker vertrouwelijk het verhaal doen en bespreken welke mogelijkheden er zijn. Die rol gaat over opvangen en begeleiden, en niet over onderzoeken en oordelen.

Een meldpunt is de vaste plek waar een melding binnenkomt en wordt opgepakt. Daarmee is duidelijk waar een melding terechtkomt en wat er daarna gebeurt, zodat medewerkers dat niet zelf hoeven uit te zoeken op het moment dat er iets speelt. In de zelftest komen ze allebei langs, omdat een organisatie waarvan er maar één is geregeld nog altijd een route kan missen.

Sivas Erhan

Over de auteur

Sivas Erhan

Ik heb deze zelftest geschreven vanuit wat ik bedrijven en organisaties in de praktijk zie tegenkomen. Of je nu binnen HR werkt bij een bedrijf met driehonderd medewerkers of ondernemer bent met een team van vijfentwintig mensen, de vragen die ertoe doen zijn dezelfde. De uitkomst laat zien wat er al goed staat en waar de eerstvolgende stap ligt.

Meer over Sivas

Zie hoe jouw organisatie ervoor staat

Laat je naam en e-mailadres achter, dan sturen we de zelftest meteen toe.

Je ontvangt de zelftest direct in je mailbox. Uitschrijven kan altijd met één klik.